.

Investeren in communicatie

Communicatie bij beleidsvorming

Werkveld(en) algemeen
OpdrachtgeverIKC NBLF (in opdracht van Ministerie van LNV)
Bestelinformatie'Investeren in communicatie', werkdocument IKC Natuurbeheer nr. 66, Wageningen 1994



vervolg


. Meer informatie:

Context en doel onderzoek

        

De teksten op deze pagina zijn afkomstig uit het rapport van het derde deelonderzoek van het project 'communicatie bij beleidsvorming'. Dit CBB-project is bedoeld om leerervaringen op het gebied van de communicatie met externe betrokkenen bij de beleidsvorming van het Ministerie van LNV te benoemen en overdraagbaar te maken. Dit derde deelonderzoek is een bundeling van evaluaties van drie reeds afgesloten beleidstrajecten. Dit zijn:

  • Meerjarenplan Gewasbescherming (MJPG);
  • Natuurbeleid in de Peiling (NIDP);
  • Beheersplan Kustvisserij (BKV).

De drie beleidstrajecten zijn geanalyseerd op een aantal communicatieve aspecten, zoals: Wat zijn kenmerkende gebeurtenissen geweest bij de communicatie rond de beleidsvorming? Welke werkwijzen zijn gekozen en op welke gronden? Wie bepaalde welke actoren aan de beleidstrajecten deelnamen? Wat is de invloed geweest van actoren op de probleemdefinitie?


 

Werkwijze bij het onderzoek

        

Per beleidstraject is eerst deskresearch gedaan aan de hand van evaluatierapporten, beleidsstukken en dergelijke. Daarnaast is er algemene literatuur gebruikt over beleidsvorming en over het Ministerie van LNV. Uiteraard is er gebruik gemaakt van de deelrapporten van de twee andere CBB-deelonderzoeken. Vervolgens zijn er zowel persoonlijke als telefonische interviews gehouden met betrokkenen. Daarbij ging het er niet om een representatief beeld te krijgen van het oordeel of het draagvlak voor het traject. Juist de combinatie van heel uiteenlopende meningen kan waardevolle leerpunten leveren.


Enkele conclusies en aanbevelingen

        

Een zeer essentieel onderdeel van elk beleidstraject is de keuze van een werkwijze. Dit is maatwerk, er zijn helaas geen standaardrecepten. Het is zaak een weloverwogen keuze te maken voor een werkwijze ten aanzien van de communicatie en daarbij over een ruime hoeveelheid mogelijkheden te beschikken. Rolkeuzen en communicatiemodellen kunnen daar handvatten voor bieden.
Aandachtspunten die sturing kunnen geven aan de keuze van een werkwijze zijn:

  1. Welke actoren zijn van belang voor het beleidstraject?
  2. In welke fase bevindt het beleidstraject zich?
  3. Wat is globaal het onderwerp van beleid?
  4. Wat is het doel van het beleidstraject?
  5. Vraagt het beleidstraject een verbreding van de problematiek, een versmalling of beide?
  6. Hoe geeft de overheid het luisteren vorm?

Deze zes vragen zijn een hulpmiddel, er kunnen voor een beleidstraject uiteraard ook andere vragen of punten een rol spelen. Het is in elk geval belangrijk om communicatief veel te investeren in het begin van het beleidstraject.
Een praktisch hulpmiddel bij de voorbereiding van een beleidstraject is een beperkt aantal informele gesprekken met sleutelfiguren uit externe organisaties.

Voor het verloop van het beleidstraject is het noodzakelijk een goede analyse te maken van de actoren en vervolgens bewust te kiezen voor het al dan niet betrekken van bepaalde actoren bij het beleidstraject.
De actorenanalyse moet gericht zijn op:

  • het vroegtijdig betrekken van alle relevante partijen bij het beleidstraject;
  • de vraag of alle partijen altijd samen om de tafel moeten zitten of dat af en toe bepaalde organisaties in kleiner verband bij elkaar kunnen komen voor gericht overleg;
  • het vinden van de goede personen binnen de betrokken organisaties;
  • het nagaan wat het belang is voor de actoren om mee te doen;
  • het nagaan of de actoren inzien dat ze de andere partijen nodig hebben;
  • het betrekken van personen bij het beleidstraject die bruggen kunnen slaan tussen de verschillende belangen.

Communicatie met de achterban van externe actoren plaatst de overheid voor een dilemma. Het is natuurlijk in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de vertegenwoordigers en hun organisaties zelf. Maar tegelijkertijd is het voor het verloop van het beleidstraject te belangrijk om te veronachtzamen. Indien nodig kan de overheid zelf een rol gaan spelen in de communicatie met de achterban van de actoren.
Er zijn verschillende mogelijkheden:

  • "gastoptredens" van vertegenwoordigers van overheden of vertegenwoordigers van andere belangen in bestuurs- of adviesorganen van organisaties;
  • een goede schriftelijke verslaglegging van bijeenkomsten en afspraken en deze breed verspreiden onder de betrokkenen;
  • gebruik van publiciteit in de media, zowel massamedia als vakpers of ledenbladen;
  • bieden van faciliteiten (financiële of personele ondersteuning of andere middelen);
  • geven van tijd in het proces aan vertegenwoordigers voor overleg met hun achterban.

         terug naar overzicht van dit onderzoek
vervolg

vervolg
terug naar overzicht evaluatie-onderzoeken